Zes weken na de bevalling van mijn tweede dochter kreeg ik de kans mee te doen aan een onderzoek over mindfulness en vermoeidheidsklachten bij de ziekte van Crohn. Dat wilde ik wel! Vooral na die zwangerschap kon ik wel wat meer energie gebruiken. Als verpleegkundige wist ik een beetje wat mindfulness betekende en dat het bij sommige patiënten ook werkte, maar het zelf doen, als patiënt, bleek wel iets heel anders.

Tien weken lang was er één keer in de week een avondbijeenkomst van drie uur. We kregen een stuk theorie, bijvoorbeeld over hoe ons lichaam werkt, maar we huilden en praatten als lotgenoten ook met elkaar. Het maakte heel veel los bij iedereen. Nu ik erover praat, raakt het me zelfs weer. De dame die de cursus gaf heeft zóveel voor mij gedaan. Mindfulness bleek de grote ommezwaai in de bewustwording en acceptatie van mijn ziekteproces.

Van strijd naar opluchting

Bij alles wat ze zei dacht ik: dat doe ik, dit ben ik!

Ik besefte steeds meer hoe ik mijn leven had geleefd en waar ik mee bezig was geweest. Ik leerde mijn lichaam te voelen en mijn buikpijnklachten te accepteren. We moesten een planning maken van iedere minuut van de dag. Ik schreef een paar A4’tjes vol en schrok enorm. Dit was zo heftig: waar was ik eigenlijk mee bezig?

Het ging over vluchten, loslaten en accepteren, beseffen dat ik dingen echt anders moest gaan doen. Maar het voelde vooral als een opluchting. Ik ben altijd graag een ander tot hulp, maar mijn man verbaast zich erover dat ik nu ook weleens nee durf te zeggen.

Rustmomenten

Ik ben minder moe omdat ik dagelijks mijn rustmomenten pak. Ik sta dan even een paar minuten stil bij de vraag: hoe is het nu en ga ik nog iets doen? Is het ook nodig om dat nog te doen? Totaal anders dan vroeger, want dan moest alles en was ik nog drie dagen daarna total loss. Vanmorgen had ik in de planning dat ik de was zou opruimen, maar ik ben met mijn jongste dochter lekker naar de kinderboerderij gegaan. Dat kost natuurlijk de nodige energie, maar het geeft me ook meer energie dan die was opruimen.

Gisteren moest ik voor het werk naar een bijeenkomst in Rotterdam. Dat kost me alleen al zes uur met de trein. Het was koopavond, dus ik had bedacht dat ik na afloop misschien nog wel de stad ik kon, maar toen ik het gebouw uitstapte dacht ik: nee, dát wordt te veel. Ik ga een broodje halen en stap lekker in de trein. Muziekje erop en terug. Vroeger was ik doorgegaan en was ik vanmorgen doodmoe opgestaan. Nu ben ik vanmorgen naar de kinderboerderij geweest en kan ik óók vanmiddag nog iets doen. ‘s Avonds pak ik vaak nog een moment om te kijken of de dag goed is geweest. Had ik meer kunnen doen of heb ik juist te veel gedaan? Eerder ging ik standaard laat naar bed. Ook dat is anders.

Evenwicht op het werk

Crohn, en vooral de fistel, heeft er vaak voor gezorgd dat ik minder kon, maar door de aanpassingen na de mindfulness niet meer. Na de geboorte van de oudste was ik al van zesendertig uur naar achtentwintig uur gaan werken. Door de mindfulness merkte ik dat die vierde dag mij de kop kostte. Na de operatie kreeg ik het aanbod van de afdeling naar de poli over te stappen, met een vast ritme en een vast aantal (minder) uren. Nu ik er goed over nadenk, heb ik in de ploegendiensten eigenlijk nooit rust gehad, terwijl ik dat wel dacht, want ik kon toch ook lekker uitslapen bij late diensten? Maar toen ik bij de bedrijfsarts kwam, stond die te kijken dat ik met de Crohn zelfs nachtdiensten draaide!

Mijn collega’s weten wat ik heb. Ze begrijpen het en houden er rekening mee en dat is echt heel fijn. Vroeger had ik alles uit de kast getrokken om toch naar mijn werk te gaan en dóór te gaan, inclusief pijnstillers en iets tegen de misselijkheid. Dan had ik me zo door de avonddienst geploeterd. Dus zorgen voor de patiënten, met liefde, maar voor mezelf? Ho maar. Tegenwoordig bel ik het werk zelfs af en trek ik iets eerder aan de bel bij de specialist als het echt niet gaat. Dat is anders. Gelukkig.